|
REIZE NAAR SURINAMEN REIZE NAAR SURINAMEN JOHN GABRIEL STEDMAN MET PLAATEN EN KAARTEN. NAAR HET ENGELSCH. TE AMSTERDAM BY JOHANNES ALLART MDCCXCIX. O quantum terrae quantum cognoscere coeli Permissum est! pelagus quantos aperimus in usus! Nunc forsan grave reris opus: sed laetarecurret Cum ratis & caram cum jam mihi reddet Ioelcon; Quis pudor heu nostros tibi tunc audire labores! Quam referam visas tua per suspiria gentes! VALERIUS FLACCUS Argonaut. Lib. I. vs 168--173. VOORREDEN VAN DEN VERTAALER. In den jaare 1796. kwam in twee deelen in groot quarto te London te voorschyn eene Reisbeschryving onder deezen tytel: Narrative of a five years expedition against the Revolted Negroes of Surinam in Guiana on the Wild Coast of South America; from the year 1772 to 1777: elucidating the History of that Country and describing its productions viz. Quadrupedes Birds Fishes Reptiles Trees Shrubs Fruits & Roots; with an account of the Indians of Guiana & Negroes of Guinea: by Captain J. G. STEDMAN. Illustraded with 80 elegant Engravings from drawings made by the Author. De meer dan gewoone pracht en kostbaarheid waar mede deeze Engelsche uitgaaf is volvoert doet reeds dadelyk iets groots van dit werk verwagten: en in de daad de doorbladering van het zelve zal die verwagting geenzints te leur stellen. Eene aaneenschakeling van merkwaardige gebeurtenissen in eenen gemakkelyken en bevalligen styl voorgestelt maakt de leezing van dit werk aangenaam; en het onderwerp is tevens belangryk. Meer dan een Schryver heeft wel ondernomen eene beschryving der Surinaamsche Volkplanting te leveren; maar verder dan dezelve door Europeaanen bebouwd en bewoond word brengen zy het byna nooit. De Zand-Woestynen of Savanen zyn de grenspaalen welke deeze Schryvers niet te buiten gaan. Maar vermits de Capitain STEDMAN door het bywoonen van eenen tocht tegen oproerige Negers tot in derzelver diepste schuilhoeken door byna ontoegankelyke bosschen en moerassen is doorgedrongen treffen wy hier byzonderheden aan die elders te vergeefs gezocht zouden worden en des te meer opmerking verdienen om dat ze overal de kenmerken dragen van zuivere waarheid zonder opsmukking of vergrooting waar door andere werken van dien aart veelal bedorven worden en hunne achting verliezen. Met recht beschouwd men dit werk als het volledigst Tafereel der Volkplanting van Surinamen eene bezitting voor meer dan eene Europeesche Natie van het grootste aanbelang. Geen wonder derhalven dat in verscheide tydschriften in Engeland in Frankryk in Duitschland met lof van dit werk gewaagd wierd. Geen wonder dat de Burger P. T. HENRY zig verledigde om 'er eene Fransche Vertaaling van te leveren welke in den jaare 1798. in drie deelen in 8VO. te Parys in 't licht verscheen. Geen wonder eindelyk dat men in Duitschland 'er in een Deel in 8VO. een zoort van uittrekzel uit gemaakt heeft. Alle deeze redenen bewoogen dan ook den Uitgever deezes om dit zoo bevallig als nuttig werk in een Hollandsch kleed te steeken en den Nederlanderen ter leezing aan te bieden. Wat de uitvoering der vertaaling betreft men heeft de Engelsche uitgaave tot den grondslag gelegt maar ook tevens gemeend gebruik te moeten maken van de Fransche vertaaling waar aan de vereischten eener goede overzetting met recht worden toegekend. Men heeft dit voornamelyk gedaan in tweerlei opzigt: voor eerst door even gelyk de Fransche Vertaaler gedaan heeft weg te laaten de hier en daar ingevlochtene plaatsen uit Engelsche Dichters en andere uitweidingen die geene andere verdiensten hebben dan dat ze eenen al te kostbaaren optooy aan het werk geven: en ten tweeden dat men de plaaten die in de oorspronkelyke uitgaave tot een getal van tachtig waaren aangewassen in zoo verre vermindert heeft dat men de zulke die in werken over de Natuurlyke Geschiedenis en over de kennis der Planten en Gewassen gemakkelyk genoeg te vinden zyn tot vermyding van te groote kostbaarheid heeft agter wegen gelaten en voorts die geene welke geplaatst zyn geworden tot op die maate verkleind dat ze voor eene uitgaave in 8vo. geschikt waaren-- De Vertaaler heeft 'er zig voorts op toegelegt om in zuiver Hollandsch ontdaan van het taaleigen der Engelschen en Franschen door welk gebrek dikwerf zoo veele vertaalingen voor den Lezer ondraaglyk worden het werk van onzen STEDMAN over te gieten en zig daar toe van eenen styl te bedienen die door deszelfs woordenschikking bevattelyk en niet vermoeiend was. Hoe verre hy hier in geslaagd is word aan het bescheiden oordeel des Lezers overgelaaten: terwyl hy zig vermeent te mogen vleijen met de hoop dat de goedkeuring van deezen zynen arbeid en van de wyze van deszelfs uitvoering hem zal aanmoedigen om met den meesten spoed denzelven te voltooijen. VOORREDEN VAN DEN SCHRYVER. Dewyl dit werk misschien een van de zonderlingste voortbrengzels is die immer aan het Publiek zyn aangeboden oordeele ik gepast te zyn den lezer een korte schets te geven van het geen hy staat te doorbladeren. Ik heb de stoffen getracht te rangschikken even gelyk in een groote tuin alwaar men de welriekende bloem tevens met de steekende doorn ontmoet; de met gouden lovers gespikkelde kapel zig laat zien op de plaats alwaar de verachtelyke worm kruipt; en het schitterendst pluimgedierte in de donkerste schaduwe huisvest. Het geheel met zulke verschillende kleuren afgemaalt zal zoo ik hoop onderrigting en vermaak zamenpaaren zonder den geest te vermoeien of te verveelen en het verstand te verzwakken; wel niet met de hedendaagsche pracht en luister van styl maar door een eenvouwdig verhaal waar van de getrouwheid het hoofd-cieraad is. In de verschillende caracter-schetsen van eenen Bevelhebber eenen oproerigen Neger een Planter en een Slaaf is hier niet alleen de dwinglandye ontvouwt maar zyn ook de weldaadigheid en menschlievenheid bloot gelegt. De Krygsheld de Geschiedschryver de Koopman en de Beminnaar der Natuurlyke Wysbegeerte zal hier lichtelyk iets aantreffen dat hem vermaakt; terwyl ik myne byzondere voorvallen overal hebbende ingevlochten eenige verschooning vragen moet; schoon niet met opzigt tot het gebeurde met die bevallige Slavin die zeker niet de min belangrykste vertooning in deeze bladen maakt: vrouwelyke deugd immers in eenen staat van rampspoed vooral wanneer ze met jeugd en schoonheid vergezeld gaat moet steeds bescherming vinden. Over het geheel misschien mag ik eenige toegeeflykheid verwagten wanneer de Lezer in 't oog houd dat hy geen Roman leest door loutere verbeelding zaamgeflanst maar eene wezentlyke Geschiedenis door geene wonderbaare voorvallen opgepronkt; het werk van een Officier die zyn pen en penceel zonder medehulp gebruikt heeft en dat op de plaats zelve; eene omstandigbeid die zeldzaam voorvalt. Met opzigt tot de afschuwelyke wreedheden door my zoo meenigwerf verhaald zy het genoeg te weten dat anderen van dergelyke onmenschelyke bedryven af te schrikken en deugd in te boezemen myn eenige dryfveer was; terwyl het aan den anderen kant niet moet worden uit 't oog verloren dat vryheid even zeer als te groote zachtheid wanneer zy aan ongeletterde en van alle beginzelen verstoken menschen schielyk vergunt word voor beide partyen gevaarlyk zoo niet verderffelyk is. Getuigen zyn de Ouca- en Sarameca-Negers in Surinamen; de Maroni-Negers van Jamaica; de Caraiben van St. Vincent; enz. Terwyl intusschen de Surinaamsche Volkplanting van het bloed der Africaansche Negers rookt vind ik my verpligt naar waarheid op te merken dat het de Hollanders alleen niet zyn die daar aan schuldig staan; maar dat meest aan andere volken en voornamelyk aan de Joden deeze zoo algemeene en helsche barbaarsheid te wyten is. De Lezer gelieve deeze bladen met onpartydigheid en bedaardheid door te loopen; de bloemen van het onkruid te schiften; het goud verstandelyk van het schuim af te scheiden; en misschien zal hy zig de uuren niet beklagen die hy 'er aan besteed heeft. Eenige weinige misslagen in de spelling en onnaauwkeurigheden ontdekken zig voornamelyk in het eerste Deel vermits ik volstrektelyk ben verhindert geworden het toezigt over de verbetering der Drukproeven te houden; maar in een korte Lyst van eenige weinige drukfeilen en voornamelyk in het Register waar toe ik den nieuwsgierigen verwyze kan men de naamen van menschen en zaaken juist gespelt vinden. Laat dit evenwel zoo niet worden opgevat dat ik my beroemen durve in schrift en teekening steeds uit te munten; maar vermits de zuivere en mannelyke waarheid waar van men zoo dikwils spreekt maar die men zoo zeldzaam vind eene wezentlyke waarde heeft; vertrouw en hoope ik dat dit werk den aandacht van het Britsch Publiek niet geheel onwaardig zyn zal. INHOUD DER HOOFTSTUKKEN. I. HOOFTSTUK. Inleiding.--Opstand der Negers in verscheide gedeelten van Hollandsch Guiana.--Toebereidzels te Texel tot een tocht derwaarts.--Het uitloopen van de Vloot.--Overtocht.--Het inloopen in de Rivier van Surinamen.--'t Goed onthaal dat het Krygsvolk in deeze Volkplanting ontfing.--Schets der inwoonders &c. II. HOOFTSTUK. Algemeene beschryving van Guiana.--Van de Volkplanting van Surinamen in 't byzonder.--Tydstip van derzelver ontdekking.--Dezelve word bezeten door de Engelschen en Hollanders.--De Gouverneur de Heer VAN SOMMELSDYK vermoord.--De Volkplanting word door de Franschen genomen en onder schatting gesteld. III. HOOFTSTUK. Eerste opstand der Negers en deszelfs oorzaaken.--Elendige staat der Volkplanting.--Gedwongen vrede met de Muitelingen.--Muitery der Zee-Soldaaten Matroozen enz. IV. HOOFTSTUK. Eene korte tusschenpoozing van overvloed en vrede.--Nieuwe opstand welke groote nadeelen en byna den ondergang der Volkplanting veroorzaakt.--Monstering van het Krygsvolk tot derzelver verdediging.--Gevecht tusschen dezelve en de muitelingen.--Goed gedrag van eene bende Negers.--Aankomst der Zee-Soldaaten van den Colonel FOURGEOUD. V. HOOFTSTUK. Het toneel verandert.--Beschryving van eene schoone Slavin.--Manier om door Surinamen te reizen.--De Colonel FOURGEOUD neemt den loop der Rivieren op.--Barbaarsheid van eenen Planter.--Elendige behandeling welke sommige bootsgezellen ondervinden. VI. HOOFTSTUK. Verschrikkelyke strafoeeffening.--Onzekere gesteldheid der Staats-zaaken--Korte tusschenpoozing van vrede--Een Officier gedood en zyne geheele Krygsbende aan stukken gehouwen.--Algemeene wapenkreet in de Volkplanting. VII. HOOFTSTUK. Vertrek der gewaapende vaartuigen tot verdediging der Rivieren.--Beschryving van het Fort Amsterdam.--Krygstocht naar het bovenste gedeelte van de Rivieren Cottica en Patamaca.--Groote sterfte onder het krygsvolk.--Gezicht van den Wacht-post van Devil's Harwar. VIII. HOOFTSTUK. De Muitelingen verbranden drie Plantagien waar van zy de bewooners vermoorden.--Tafereel van armoede en elende.--Optocht dwars door de bosschen van Surinamen. De Colonel FOURGEOUD en het overig krygsvolk verlaat Paramaribo. IX. HOOFTSTUK. Kakkerlakken.--Ziekten die aan de luchtstreek van Guiana eigen zyn.--Papegaijen genaamt Macaws.--Nieuwelings aangebragte Negers om als slaven verkogt te worden.--Aanmerkingen over de behandeling der Negers.--Hunne reize van Africa naar America.--Manier van het verkoopen der slaven te Surinamen.--Beschryving eener Catoen-Plantagie. X. HOOFTSTUK. De Armadil.--Het Stekelvarken en de Egel van Guiana. Gevecht tusschen een Slang en een Kikvorsch.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Wana-Kreek.--Hy ontrust den vyand door herhaalde aanvallen.--Beschryving van den Palmboom.--Verscheiden gebruiken waar toe dezelve dient.--De Kokosboom.--Tocht naar den mond der Rivier Cormoetibo.--Waarneemingen omtrent de Vogelen van Guiana.--Distelen en doornen.--Eenige muitelingen krygsgevangen gemaakt.--Ysselyke behandeling door een gevangen en Neger ondergaan. XI. HOOFTSTUK. Het Krygsvolk keert naar de Wana-Kreek te rug.--De Pipa.--Gevecht tusschen een soldaat en een slang.--De Fesant-vogel van Guiana.--De Agamie of Trompetter.--De Muitelingen trekken de legerplaats voorby; men vervolgt hen te vergeefs.--Groot gebrek aan water.--Schranderheid der Negers.--De Zyde-plant.--Kevers en Insecten.--Bergwerken.--Fraaije Kapel.--Het krygsvolk koomt op den post van la Rochelle aan de Patamaca. XII. HOOFTSTUK. Beschryving van Paramaribo en van het Fort Zelandia.--De Grow Mouneck of graauwe Munnik.--De West-Indische Abricoos-boom.--Verschillende zoorten van Oranjeboomen.--De Colonel FOURGEOUD trekt naar de Rivier Maroni.--Een Capitain word gewond en eenige soldaaten gedood.--Vreemde straf-oeeffening in de hoofdstad.--Het Fort Sommelsdyk.--De wachtpost van de Hoop.--Duiven en Tortelduiven.--Groenten en vruchten.--Jacht en wildt.--Steenbakkery.--Insecten. XIII. HOOFTSTUK. Beschryving van eene Suiker-Plantagie.--Huisselyk geluk in zekere hut.--Krygs-verrigtingen van den Generaal FOURGEOUD.--De Duncane Igname en Soubacou.--Wreedheden van zommige Opzigters der Plantagien.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Misnoegen van eenen Capitain der muitelingen. XIV. HOOFTSTUK. De Colonel FOURGEOUD keert naar Paramaribo te rug.--Het gevleugeld en gewapend Water-hoen van EDWARDS.--Bewys van onkunde in een Heelmeester;--van deugd in een slaaf;--van wreedheid in eenen Bevelhebber.--De roode Wulp.--De Wesp Marobonso genaamd.--Orange-appelen en Limoenen.--De insecten Chiques genaamd.--Het krygsvolk begeeft zig weder naar de bosschen.--De Kibry-Fowlo.--Verscheidene zoorten van wilde varkens.--Mieren.--De dans van Loango.--De Toreman.--De Poelsnip van Guiana.--Plantains en Bananes.--Manier om te visschen.--Visschen.--Vogelen. XV. HOOFTSTUK. Indianen inboorlingen van Guiana.--Voedzel--Wapenen--Cieradien--Optooisels--Bezigheden --Vermaken--Driften--Godsdienst--Huwelyken--Begravenissen enz. van deeze Volken.--De Caraibische Indianen in 't byzonder en hunne koophandel met de Europeanen.--Boomen Heesters en Planten. XVI. HOOFTSTUK. Versterking van krygsvolk uit Holland aangekomen.--De Goijava-boom en deszelfs vrucht.--Legerplaats by Maagdenberg aan de Tempaty Kreek.--Verschillende zoorten van Aapen.--Een zeer maanzieke Neger.--Eekhoorntje van Guiana.--Verscheidene zoorten van boomen.--Hagedissen.--Bergen van mynstoffen voorzien.--Treffelyke gezichten.--De Roucouboom.--Fraaije Kapel.--Palmloom--worm. XVII. HOOFTSTUK. Nieuwe wreedheden nog onmenschelyker dan alle de voorige--Verschillende zoorten van planten.--Papegaaijen en Parkieten.--Surinaamsche Patrys.--Buitengewoone Insecten.--Geiten van Guiana.--De Taibo.--Verscheidene zoorten van visschen.--Groote sterfte onder het krygsvolk het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek en de Commewyne bevond. XVIII. HOOFTSTUK. Een Tyger op de legerplaats gevangen.--De Jaguar.--De Couguar.--De Tyger-kat.--De Jaquarette.--Gevecht tusschen eenige afgezondene manschappen der Societeit en de muitelingen.--Levens-manier van eenen Surinaamschen Planter.--Verscheiden zoorten van visschen.--Besmettelyke ziekten.--Zelfsmoord. XIX. HOOFTSTUK. Optocht van het Krygsvolk naar Barbacoeba aan de Rivier Cottica.--De Palmboom-kool en de Mauricy.--Heete koorts.--Trek van dankbaarheid in eenen Engelschen Matroos.--Verscheiden zoorten van Peper.--Citroen- en Limoen-boomen.--De Mammy-appel.--Pimpernooten.--Regeering in Surinamen.--Honden van Guiana.--Ongemeene trek van edelmoedigheid. XX. HOOFTSTUK. Beschryving van eenen oproerigen Neger.--Vuurige Mier.--Het wandelend Blad.--Doornhaag-Spinnekop.--Duivenboonen of erwten van Angola.--Nadrukkelyke benaamingen door de Negers gebezigd wordende.--Het innemen van de stad Gado-Saby door den Colonel FOURGEOUD.--Trek van bygeloovigheid.--Beleid van den vyand XXI. HOOFTSTUK. Wilde Porselyn.--Calebassen-boom.--Schermutzeling.--Tafereel van broederlyke teederheid.--Het krygsvolk keert naar Barbacoeba te rug.--Beschryving van de manier waar op de legerplaats was ingericht.--Een slaaf door den slang Orou-coukou gedood. XXII. HOOFTSTUK. Byzonder zoort van Mieren.--Acajou-nooten.--Eta-appel.--Alarm aan de Pereca.--Hinderlaag.--Vreemde uitwerking door eene Vledermuis veroeorzaakt.--De Oppossum.--De Agouti en de Paca.--De Dadel-boom.--Het krygsvolk keert naar de Cormoetibo-kreek te rug.. XXIII. HOOFTSTUK. Tweede tocht naar Gado-Saby.--Land-Schildpad.--Verschillende zoorten van hout.--Levendig geraamte.--Treffelyke gezichten.--Honderd-pooten.--Verschillende Plantgewassen.--De Opper-Bevelhebber wordt ziek en verlaat de legerplaats.--Sprinkhanen.--Verschillende zoorten van visschen.--De Zee-koe.--Het Zee-paard.--Aanmerkingen omtrent het aanwezen der Meerminnen.--Trommelzucht.--Verscheiden zoorten van vogelen.--De Malaky en Markoury boomen.--Doornhaag-wormen XXIV. HOOFTSTUK. Aanwerving van twee Compagnien Vrywilligers bestaande uit Negers en vrye Mulatten.--Verscheidene zoorten van Visschen.--Arrowoukas-Indianen.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt bevel om naar Holland in te schepen.--De Ratel-slang--De blaauwe Dypsas.--De Amphisboena of tweehoofdige slang.--Eene fraaije Kapel.--De Colonel ontfangt naderen last.--Het krygsvolk trekt weder in de bosschen.--Koophandel in de Volkplanting van Surinamen.--Beschryving eener Cacao-Plantagie.--Heldendaad van eenen Neger.--De Ananas.--De Muscaat- en Water-Meloen. XXV. HOOFTSTUK. Grappige manier tot het ontdekken van een dief.--Het Brom-vogeltje.--Verschillende zoorten van planten.--Manier van visschen in Surinamen.--Onderscheidene zoorten van visschen.--Moed van eene jonge Negerin.--De Pimpelmees.--De Americaansche Aloe.--De Banille-boom.--Huilende Aapen.--Verwonderlyke slimheid der wilde Byen.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD ontfangt andermaal bevel om naar Europa te rug te keeren.--De Guiaansche Nachtuil. XXVI. HOOFTSTUK. Inscheeping van het krygsvolk.--De Zurzaca en Sabatille.--De Papaija en de Gember.--Het krygsvolk gelast om te ontschepen.--Muiterye.--Onbetamelyk gedrag van een Capitain der Oucas-Negers.--Een groot aantal zieken naar Europa gezonden.--Nieuwe byzonderheden betrekkelyk de Negers. XXVII. HOOFTSTUK. De muitelingen voeren verscheiden Negerinnen weg.--Aanstootelyke wyzen van strafoeeffening.--Onverschrokkenheid der Negers.--Verschillende zoorten van Gier-vogels.--Gekuifde Arenden.--Beschryving van eene Indigo Plantagie.--Kaneel-Appel. XXVIII. HOOFTSTUK. De Muitelingen trekken de Rivier Maroni over.--Derde tocht naar Gado-Saby.--De Land-Scorpioen.--Verscheiden zoorten van timmerhout.--Boom welke een vrucht voortbrengt de Marmelade-doos genaamd.--Het aankweeken van Ryst.--Buitengewoone hitte die alle de moerassen opdroogt.--De Oppossum van het vrouwelyk geslacht.--De Brazilsche Wezel.--De Miereeter.--De Tamandua.--Hout-luizen en vliegende luizen.--Tafereel van ellende en sterfte.--De Vrede aan de Volkplanting bezorgd.--De Poelsnip.--De Lepelgans en de Brazilsche Ojevaar.--Wilde Eendvogels van verschillende zoorten. XXIX. HOOFTSTUK. Byzonderheden betreffende den beruchten GRAMAN QUACY.--Beschryving van eene Koffy-Plantagie.--Ontwerp tot verbetering van de Volkplanting van Surinamen.--Verscheiden zoorten van visschen.--Nieuwe trek van wreedheid.--Voorbeeld van menschlievendheid.--De krygsbende van den Colonel FOURGEOUD wordt wederom ingescheept. XXX. HOOFTSTUK. De Schepen ligten het anker en steken in Zee. Overtocht.--Het Zee-paard.--De Noord-kaper.--De Haay.--De Zuiger-visch.--Het Lootsmannetje.--De Bruinvisch.--Zee-orkaan.--De schepen landen in Texel aan.--Ontscheping van het krygsvolk in de Stad 's Hertogenbosch.--Dood van den Colonel FOURGEOUD.--Besluit. ...
|